Dit is de festivalwebsite van ILFU 2018. Je wordt nu doorverwezen naar www.hetliteratuurhuis.nl voor alle actuele informatie en ILFU-evenementen in 10 seconden

3 september 2018

‘Ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht’

De 36ste Nacht van de Poëzie vormt dit jaar het sluitstuk van het International Literature Festival Utrecht. Na veertien dagen literatuur, kun je je nog één laatste lange nacht laven aan de poëzie. Presentatoren Piet Piryns en Ester Naomi Perquin over de magie van ‘De Nacht’. 

Vraag Piet Piryns naar hét Nacht-moment dat hij nooit zal vergeten en hij noemt het optreden van Remco Campert vier jaar geleden. Dat was zeker niet het enige kippenvelmoment in de afgelopen jaren, want de Nacht hangt van kippenvelmomenten aan elkaar, benadrukt Piryns. Hij kan het weten, want hij presenteert de Nacht van de Poëzie dit jaar voor de dertigste keer. Maar áls hij moet kiezen, dan is het toch wel dat Campert-optreden: de laatste keer voor publiek, waarmee het tevens zijn afscheid was. “Tijdens zijn voordracht kon je een speld horen vallen. Daarna rees de zaal als één man op en drukte hem met een staande ovatie aan de borst. Ik krijg het er nog koud van, zo ontroerend.” 

Handpalm van het heelal 

De Nacht van de Poëzie is iets magisch, zeggen de meeste mensen die er wel eens geweest zijn. Waarin hem die magie zit, is volgens Ester Naomi Perquin, die de Nacht dit jaar voor het vijfde opeenvolgende jaar presenteert, lastig uit te leggen. “Het heeft onder andere te maken met die bijzondere zaal in Tivoli Vredenburg. Het is enorm ding, waar wel 2500 mensen in kunnen. Toch voelt het beschut als een bastion, het heeft dat kleine en intieme van een kommetje gevormd door twee handen. De buitenwereld bestaat even niet. Met zijn allen dompel je je een nachtlang onder in de poëzie, doorwaakt in de handpalm van het heelal.” 

Tijdens de Nacht van de Poëzie treden 19 dichters op. Afgewisseld met goede entr’actes van muziek en acrobatiek. Piet Piryns: “De Nacht is al jarenlang een ijzersterke formule: de balans tussen dichters onderling en tussen poëzie en entr’actes is nauwkeurig uitgekiend. Op het juist moment is er een andante en een allegro nodig en wat lucht tussendoor om op adem te komen.” 

De Nacht is volgens hem ook een soort ‘poëziealmanak’: “je krijgt een beeld van het beste dat de Nederlandstalige poëzie te bieden heeft en hoe die verandert. Er zijn ons de laatste jaren veel goede dichters ontvallen, maar er is ook veel jonge aanwas. Ik kijk uit naar debutanten Gerda Blees en Radna Fabias. Maar ook naar het weerzien met oude vrienden zoals Anton Korteweg en Judith Herzberg.” 

Knikkende knietjes 

De lange geschiedenis en de enorme schare grote namen die er in de loop der jaren optraden, zorgden ervoor dat De Nacht van de Poëzie als podium haast mythische proporties kreeg. Ester Naomi Perquin: “Zelfs de meest ervaren dichters voelen dat. Zelfs zij krijgen achter de schermen soms toch ineens knikkende knietjes. Ook daarin schuilt een deel van de magie. Achter de schermen zien we hoe iemand stijf van de zenuwen overgeeft in een plantenbak om vervolgens aan ‘de voorkant’ te zien hoe diezelfde dichter een weergaloos optreden geeft en hoe de emoties die dat losmaakt, door de zaal golven. De Nacht wordt fantastisch georganiseerd, maar dat soort momenten is niet te regisseren. In die zin is het als de poëzie zelf. Het valt niet na te maken, na te vertellen of te verklaren. Er gebeurt iets tussen de regels wat je raakt.” 

Glijvlucht 

Elke Nacht heeft een motto: een dichtregel over de nacht. Dit jaar is de Nachtregel afkomstig van F. Starik, die dit jaar overleed: ‘Ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht’. Ester Naomi Perquin: “Hij was niet alleen een goede dichter, maar ook een dierbare vriend. In die regel is hij erbij. Zoals die regel, zo is de Nacht eigenlijk ook wel een beetje: een glijvlucht. Je zet af, laat je vallen en wordt gedragen door de poëzie. Je weet niet precies waar je gaat landen, maar mooi wordt het zonder meer.” 

Door Dorien Dijkhuis 

Share